34

We sliepen weer in één bed, naar ik verwachtte voor de laatste keer. Seks leek me niet gepast, zeker gezien ‘die ander’, en bovendien waren we allebei erg moe. Ik had grote hoeveelheden verwarrende informatie te verwerken, maar ik wist dat het geen zin had om daarmee te beginnen voordat mijn hoofd leeg was. Het had ook geen haast meer. Ik zou het project te zijner tijd wel evalueren.

      ‘Ik kan Dave en Sonia niet onder ogen komen,’ zei Rosie de volgende ochtend. ‘Ik blijf wel hier. Judy komt me om tien uur ophalen.’

      Dit was het tweede afscheid van Rosie, na mijn vertrek naar Dave. Het onderzoek dat ik eerder had gelezen stelde dat complexe scheidingen pijnlijker waren. Dit kon ik nu zelf beamen.

      Toen ik terugkeerde van mijn geplande hardloopronde, was Rosie de spullen in haar werkkamer aan het inpakken. Ze zag er bijzonder mooi uit, zoals altijd, maar haar nieuwe figuur voegde daar een extra dimensie aan toe.

      ‘Beweegt de baby nog?’ vroeg ik.

      ‘Anders zou ik me flink zorgen maken.’

      ‘Ik bedoel op dit moment.’

      ‘Nu niet. Een paar minuten geleden wel.’

      Ik stond in tweestrijd. Uit gesprekken met Dave wist ik dat een doorsnee persoon sterk de behoefte had om de baby in ontwikkeling te voelen ‘schoppen’. Ik niet. Hier waren drie mogelijke redenen voor:


1. Als het een erg emotionele ervaring bleek te zijn, dan zou het de pijn die ik voelde om het vertrek van Rosie alleen maar vergroten. Dave of een ander doorsnee persoon zou in deze situatie best eens tot dezelfde conclusie kunnen komen.

2. Ik verkeerde nog altijd in de ontkenningsfase wat betreft het daadwerkelijke bestaan van de baby, vanwege het ontbreken van een planning. De baby voelen bewegen zou in tegenspraak zijn met die eenvoudigere instelling van ontkenning.

3. Mijn natuurlijke aversie voor lichamelijk contact met onbekenden. Rosie en ik hadden afgelopen nacht in hetzelfde bed geslapen, maar onze relatie was definitief veranderd.


Ik wist dat ik Rosies beeld van mij mogelijk kon veranderen door me anders te gedragen, maar dat gedrag zou onoprecht zijn. In plaats daarvan besloot ik me integer te gedragen, als mezelf.

      ‘Mag ik een kopie van je spreadsheet?’ vroeg ik. Het beste waar ik nu nog op kon hopen was dat ze een fout had gemaakt.


Gene en ik gingen bij Sonia op bezoek in het ziekenhuis. Hij had Sonia pas de vorige avond ontmoet, maar zijn motivatie klonk logisch.

      ‘We gaan voor Dave. Nieuwbakken vaders delen sigaren uit omdat ze iets omhanden willen hebben. De eerste zes maanden valt er geen reet voor ze te doen. En begin niet over hechting. Als Dave soms verwacht dat de baby haar armen om hem heen zal slaan en “Papa” zal zeggen, dan kan hij nog lang wachten.’

      Gene’s advies strookte met wat ik had gelezen. Er werd de vaders aangeraden om te helpen in het huishouden, werk dat gemakkelijk kon worden uitbesteed, vooral in een land met een laag minimumloon. Het was volkomen logisch dat Dave zich op zijn eigen werk richtte, waarmee hij meer verdiende.


‘Waar is Rosie?’ vroeg Sonia zodra we aankwamen. De baby lag in een wieg op een slaapzaal, maar Sonia had een privékamer. Dave zou komen zodra hij klaar was met zijn klus, maar hij had de baby al gezien. Het kind vertoonde geen duidelijke gebreken en haar uiterlijk zou niet met de dag veranderen.

      ‘Jammer genoeg is de situatie niet veranderd. De scheiding is juist bevestigd. Rosie is op weg naar Australië.’

      ‘Nee! Waarom? Wat jullie voor me hebben gedaan... Jullie waren zo’n goed team.’

      Sonia’s argumentatie was ondeugdelijk. Volgens haar redenering zou het samenwerken aan een gezamenlijk project tot een permanente relatie leiden. Uiteraard gebeurde dat soms wel, maar in ons geval was het niet voldoende.

      Onze discussie werd onderbroken door de binnenkomst van een verpleegster met een baby in haar armen, naar ik aannam de baby van Sonia en Dave. Na de Zwangerschapscursus Rel was ik me er terdege van bewust dat sociale conventies prevaleerden boven het versterken van het immuunsysteem door gedeelde borstvoeding.

      Sonia begon met het voedings- en immuunsysteembevorderingsproces.

      ‘Wat is er gebeurd?’ vroeg ze toen de baby eenmaal begon te drinken. ‘Tussen jou en Rosie? Als het door Lydia komt, ga ik haar aangeven. Ik meen het.’

      Sonia was accountant. Ze zou de logica achter de besluitvorming wel begrijpen. Ik haalde Rosies spreadsheet uit mijn zak en gaf hem aan haar. Ze hield hem in haar ene hand terwijl ze met haar andere de baby vasthield. Ik was onder de indruk van haar bedrevenheid na zo’n korte periode.

      ‘Mijn god, jullie zijn allebei gek,’ zei ze. ‘Daarom horen jullie ook bij elkaar.’ Ze keek nog een paar seconden naar de spreadsheet. ‘Wat bedoelt ze met “Vliegticket al gekocht”?’

      ‘Rosie heeft een ticket gekocht dat niet kan worden gerestitueerd. Ze voelt zich verplicht haar investering niet te verspillen. Dat heeft duidelijk meegespeeld bij haar besluit om naar huis te gaan.’

      ‘Zouden jullie uit elkaar gaan om de prijs van een vliegticket? Hoe dan ook, ze heeft het mis. Dat is een financiële denkfout. Bij het nemen van investeringsbesluiten moet je geen rekening houden met al gemaakte kosten. Wat weg is, is weg.’

      Gene pakte de spreadsheet van haar aan. ‘Dus dat vliegticket kan van de lijst worden geschrapt. Goed gedaan, Sonia. Soms moet je die lui gewoon in hun eigen taal aanspreken.’

      Hij keek naar de spreadsheet. ‘Rosie heeft tegen je gelogen.’

      ‘Waar leid je dat uit af?’

      ‘Waar staat die andere man? Die Nummer 34? Die volgens mij echt Stefan niet is. Ik ken Stefan. Hij zou hard wegrennen van een vrouw met een baby. Zelfs als het Rosie was. Als hij een rol speelde bij het besluit, dan zou hij de grootste rol spelen en had ze geen spreadsheet nodig.’

      Er stonden inderdaad geen emotionele factoren op de spreadsheet. De nadruk lag op praktische zaken, zoals oppas voor de baby (vader en overige familie in Australië), werkgelegenheid (ongeveer gelijk), en of ze zou doorgaan met haar geneeskundestudie (meerdere factoren, geen duidelijke uitkomst).

      ‘Misschien heeft ze deze spreadsheet gemaakt om mij een plezier te doen,’ zei ik.

      ‘Zo’n opmerking kan echt alleen maar binnen de relatie van jou en Rosie,’ zei Gene. ‘Jullie horen samen te zijn, dat is veiliger voor ons allemaal. Don, er is geen Nummer 34. Dat is een smoesje.’

      ‘Ik heb zijn Skype-bericht gezien.’

      ‘Ik weet niets over een Skype-bericht. Wat ik wel weet, is dat Rosie geen makkelijk mens is. En de theorie stelt dat er maar weinig mannen zijn die willen helpen bij het opvoeden van een kind dat niet van henzelf is.’

      Sonia wierp Gene een ondoorgrondelijke blik toe. ‘Als je in een ivf-kliniek zou werken...’

      Maar mijn gedachten gingen een andere kant op. Razendsnel. Ik ben altijd beter geweest met cijfers dan met namen. Nu wist ik weer waar ik dat getal vierendertig eerder had gezien.

      Voordat ik de informatie kon verwerken, zei Sonia: ‘Wil je Rosie vasthouden?’

      Dat leek me een nogal persoonlijke vraag, totdat ik besefte wat ze bedoelde. Voornamen zijn niet uniek.

      ‘Heet de baby Rosie?’

      ‘Rosina. Maar we noemen haar Rosie. Als de echo ernaast had gezeten en het een jongetje was geweest, dan had hij Donato geheten. Zonder jullie was ze hier niet geweest. Zonder jou en Rosie.’

      ‘Dat zal verwarring gaan opleveren.’

      ‘Ik hoop het wel. Dat zou betekenen dat jij en Rosie bij elkaar blijven. Wat jullie ook echt moeten doen. Hier.’ Ze gaf me de baby. Ik hield haar even vast, maar mijn brein was de gevolgen van het inzicht over Nummer 34 nog aan het analyseren. Ik gaf Rosie II terug aan Sonia.

      ‘Wat is de uitkomst?’ vroeg ik aan Gene. ‘Als je de al gemaakte kosten buiten beschouwing laat.’

      ‘Dan gaan er negen punten af. Dus min twee.’

      ‘Weet je het zeker?’ Ik meende te herinneren dat het vliegticket maar voor vier punten meetelde. Ik wilde de analyse pakken om dit na te kijken, maar Gene gaf hem aan Sonia.

      ‘Wil jij mijn berekening nakijken?’ vroeg hij.

      ‘Min twee,’ zei Sonia.

      Ik was verbijsterd. ‘Heeft ze een fout gemaakt? Zouden we volgens de spreadsheet bij elkaar moeten blijven?’

      ‘In jouw wereld wel. Maar ik weet niet hoe het met Rosie zit. Misschien rekent zij wel drie punten extra voor de pijnlijkheid van het moeten terugkomen op haar besluit. Hoe kan ik dat weten?’

      Ik wilde net antwoorden toen Dave binnenkwam.

      ‘Is alles in orde?’ vroeg hij.

      ‘Geen veranderingen betreffende de baby,’ zei ik. ‘Ben je met de auto?’

      ‘Ja, die staat...’

      ‘Naar JFK,’ zei ik. ‘Nu meteen.’

      Dave zwaaide met zijn sleutels, maar Sonia wilde me niet laten gaan zonder nog wat laatste advies te geven.

      ‘Vermoei haar niet met eindeloze argumenten. En vergeet haar niet te vertellen dat je van haar houdt.’

      ‘Dat weet ze.’

      ‘Wanneer heb je dat voor het laatst tegen haar gezegd?’

      ‘Wil je beweren dat ik dat herhaaldelijk kenbaar moet maken?’

      Liefde was een duratieve gesteldheid. Er had sinds ons huwelijk geen significante verandering plaatsgevonden, behalve wellicht dat de gevoelens van verliefdheid wat minder hevig waren, maar het leek me nutteloos om Rosie daarvan op de hoogte te houden.

      ‘Ja. Elke dag.’

      ‘Elke dag?’

      ‘Dave vertelt mij elke dag dat hij van me houdt, toch, Dave?’

      ‘Yep.’ Dave zwaaide weer met zijn sleutels.